Nubische geit

nubische

Hangoren

Oorspronkelijk komt de Nubische geit uit zandige gebieden van Afrikaanse landen zoals Egypte. Zijn hangoren zorgen ervoor dat bij zandstormen geen zand in zijn oren komt. De dieren worden in kleine groepjes gehouden door herders die goed voor ze zorgen. Zo hebben zij zich ontwikkeld tot vriendelijke, zachtaardige geiten.

 

Van Afrika naar Engeland

In de tweede helft van de 19e eeuw namen Engelse zeevaarders Nubische geiten uit Egypte en andere delen van Afrika mee naar huis. In Engeland kruiste men de hangoorgeiten met Engelse landgeiten. Tegen het begin van de 20e eeuw importeerden de Engelsen drie oosterse bokken, die werden gebruikt om het ras verder te ontwikkelen. Deze bokken zijn de stamvaders van de Anglo-Nubische geit, die in 1982 voor het eerst naar Nederland werd gehaald. In ons land wordt de uierkwaliteit en de melkproductie van de Nubische geit verbeterd. Vanaf 1988 spreekt men van de Nederlandse Nubische geit.

Majesteit de geit

De Nubische geit is het grootste geitenras ter wereld. Het dier heeft een lange, slanke nek. Zijn kop heeft geen sik of belletjes. Zijn neus is sierlijk gebogen en de ogen stralen een zachtaardige warmte uit, die overeenkomt met zijn lieve karakter. De Nubische geit heeft een statige manier van lopen, die bijna koninklijk is. Hij kan in alle kleuren voorkomen.

Lage Melkproductie

In verhouding tot haar forse lichaam en flinke uiers, geeft de Nubische geit weinig melk. Maar de melk heeft gemiddeld wel een hoger vet- en eiwitgehalte. Dit maakt het heel geschikt om kaas en yoghurt van te maken.

Licht verteerbaar

Geitenmelk is een prima alternatief voor mensen die allergisch zijn voor koeienmelk. In geitenmelk zit ongeveer hetzelfde vet- en eiwitgehalte, maar het is lichter verteerbaar dan de melk van koeien.

Herkauwer

Geiten zijn herkauwers, net als schapen en koeien. De dieren leven voornamelijk van plantaardig materiaal. Dat is moeilijk te verteren. De vier magen van de geit helpen hem daarbij. Eerst komt het voedsel in de pens en in de netmaag. Na 20 tot 45 minuten is het daar al enigszins verteerd. Dan gaat het voedsel in kleine beetjes terug naar de bek. De geit kauwt nogmaals zo’n vijftig keer en slikt het voor de tweede keer door. Dit heet ‘herkauwen’. Dan komt het voedsel in de boekmaag en de lebmaag. Uiteindelijk belandt het in de darm.

Kieskeurig

Voor hun eten en drinken zijn geiten erg kieskeurig. Hun voer- en drinkbak moet schoon zijn. Ze krijgen twee keer per dag krachtvoer (biks) met goede voedingsstoffen. Hun hooiruif wordt dagelijks met nieuw hooi gevuld. Ook hebben geiten een dichte stal nodig. Ze hebben een hekel aan regen en rennen bij de eerste druppels naar binnen. Verder zijn geiten heel goede klauteraars. Ze hebben graag een boomstronk, rotsblokken of andere mogelijkheden om te klimmen in hun verblijf.

Verzorging

De hoeven van de geit groeien het hele leven door, net als onze nagels. Aan elke poot heeft de geit twee tenen met hoeven eraan. Het zijn evenhoevigen, in tegenstelling tot het paard, dat één hoef heeft aan elke poot. Om goed te kunnen blijven lopen, moeten de hoeven van de geit regelmatig worden bekapt. Ook moeten de dieren zo nu en dan worden ontwormd. Anders krijgen ze diarree. Borstelen vinden geiten heel prettig. Tijdens het borstelen kun je goed zien of ze een wondje of huidparasieten hebben.

Weetje

In de middeleeuwen dacht men dat geiten met duivels en heksen te maken hadden. De duivel werd dikwijls met een bokkenpoot afgebeeld. Oorzaak van dit fabeltje is misschien de indringende geur die bokken in de paartijd hebben. Of misschien komt het door het onrustige karakter van de geit.

Nubische geiten in getallen

Land van herkomst Egypte en andere Afrikaanse landen
Schouderhoogte 80-100 centimeter
Gewicht 80-150 kilogram
Draagtijd 5 maanden, minus 5 dagen
Aantal jongen 1-4
Levensverwachting 8-12 jaar